Een volksclub voor jong en oud

Uit het archief: februari 2012.

In de eerste maand van het nieuwe jaar wordt traditiegetrouw min of meer de voetbalbalans opgemaakt. Hoe ging het met het voetbal in het afgelopen jaar?; dat is de centrale vraag. Voor het merendeel van de berekende statistieken hoef je echter geen Jomanda Derksen te heten, om te kunnen voorspellen wat de uitkomst zal zijn.

Ik hoef bijvoorbeeld niet uit te leggen dat in de Engelse competitie het meest met geld wordt gesmeten. Sinds de intrede van die belachelijk rijke Rus, een aantal Amerikanen die nog steeds op zoek zijn naar het basketbalnet, en een groep steenrijke mannen met een theedoek op hun hoofd, zijn de Engelse clubs nu eenmaal het meest kapitaalkrachtig. Ze kijken in de Premier League allang niet meer naar vijftig miljoen euro meer of minder. Oké, als het nu om een kameel ging, dan is het iets anders… Maar oliedollars hebben ze in het Midden-Oosten meer dan genoeg.

Als ik verder kijk naar al die mooie gegevens over het afgelopen voetbaljaar, dan zie ik dat de Duitse competitie de meest bezochte voetbalcompetitie ter wereld is. Ook dat is niet voor het eerst, want dat is al jaren zo het geval. Ten opzichte van Engeland is de Duitse Bundesliga niet bepaald een wedloop tussen clubs met het meeste geld. De naam zegt het eigenlijk al; Liga, dat is toch meer iets voor de kleintjes… In vergelijking met de financiële slagkracht van de Engelse ploegen, zijn de stadions en spelersselecties in Duitsland gebouwd van Duplo. Maar als het gaat om toeschouwersaantallen zijn de Duitsers een onbetwiste nummer Eins.

Een goed voorbeeld daarvan is het historierijke Borussia Dortmund. Het kan windkracht twaalf zijn, maar de 80.720 plaatsen zijn altijd bezet in het Signal-Iduna-Park stadion, dat in de volksmond nog steeds het Westfalenstadion wordt genoemd. En daar ligt juist de kracht van deze schitterende club: de volksmond!; Borussia Dortmund is een club van het volk.

Borussia Dortmund is van oudsher een club die inspeelde op de behoeften van de normale burgers. Vanaf het moment dat het voetbalteam van de kerk voor de normale mensen te zweverig werd, begonnen veertig jonge kerkgangers te bouwen aan Borussia. Ondanks de weerstand van de kerkautoriteiten, lukte het hen om in 1909 de Ballspiel-Verein Borussia definitief van de grond te krijgen. Ook bij de totstandkoming van de naam speelden de geneugten van het doorsnee volk een grote rol. De term ‘Borussia’ is afkomstig van de lokale bierbrouwerij, en paste dus perfect bij het imago van Borussia Dortmund zoals dat vandaag de dag nog steeds voortleeft.

Volgens René Eijkelkamp, tegenwoordig spitsentrainer bij het Nederlands elftal, was Duits voetbal jarenlang alleen leuk in de samenvatting. Oké, er waren wat uitzonderingen: in 2002 en 2003 liet de Braziliaanse balkunstenaar Marcelinho in dienst van Herta BSC wat staaltjes verfijnd voetbal zien. En niet lang daarna kon de drietand van Werder Bremen met de aanvallers Miroslav Klose, Ivan Klasnić en Johan Micoud mij als voetballiefhebber wel bekoren. Maar verder stond het Duitse voetbal vooral bekend als degelijk, behoudend en effectief.

Doordat deze voetbalvisie in het Duitse voetbal langzaam verandert, wijzigt ook de samenstelling van het voetbalpubliek. Niet langer komt alleen de hondstrouwe volkse aanhang van Borussia kijken, maar ook voetballiefhebbers uit alle windstreken met oog voor schoonheid en detail. Het voetbal wordt namelijk steeds mooier en attractiever bij onze oosterburen.

Bron: Puma.com

Bron: Puma.com

De positieve mutaties in de selectie van Dortmund de afgelopen jaren, zijn daar een goed voorbeeld van. De populaire huis-tuin-en-keuken-voetballer Dédé keerde terug naar zijn geboorteland Brazilië. De keurige huisvader Jan Koller zette zijn voetballoopbaan voort op een lager niveau, en de flegmatieke Thomas Rosicky maakte een mooie transfer naar Arsenal. Deze gearriveerde voetballers werden langzaam maar zeker vervangen door jonge en frisse talenten. Jongens met gel in hun haar, die met flair en durf voetballen, en die daarmee een heel ander voetbalpubliek naar het stadion trekken. Voorbeelden van deze spelers zijn de Duitse megatalenten Mats Hummels en Mario Götze, de Japanse spelmaker Shinji Kagawa en de speelse Poolse spits Robert Lewandowski. De statische Jan Koller kon alleen al vanwege zijn lengte nooit de schwung van zijn opvolgers evenaren. Bovendien had de immobiele Tsjech nooit gel in zijn haar. Hij had niet eens haar.

Deze generatie voetballers heeft de mislukte beursgang in 2000 en het ternauwernood afgewende faillissement van 2005 – rumoerige tijden waarin Borussia het predicaat volksclub tegen wil en dank met zich meedroeg – doen vergeten met hun aanvallend voetbal en de alom gevierde landstitel van 2011. Door die mix van mooi voetbal, goede resultaten en een toegewijd voetbalvolk, straalt Borussia Dortmund inmiddels weer als nooit tevoren.

In het Westfalenstadion is het tegenwoordig anders toeven dan bij de letterlijke poppenkast van Ajax- AZ, afgelopen donderdag. “Dames en heren, komt dat zien: de voorstelling Ajax- AZ, voor kinderen tot twaalf jaar!” Ik vond dat echt een wanvertoning, die duizenden krijsende kinderen op de tribunes van de Amsterdam ArenA. De wedstrijd moest trouwens om half drie in de middag gespeeld worden, omdat de kindjes anders Sesamstraat zouden missen. Nee, doe mij dan maar Borussia Dortmund: een club voor het gehele voetbalvolk, van jong tot oud.

Erwin Meeks