Ik moet veel aan Aron Winter denken

Uit het archief: februari 2012. 

Men neemt een relatief klein pak sneeuw met strenge vorst, men stort dat uit boven noord- en midden Nederland en het resultaat is totale chaos. Er is chaos op het vliegveld, chaos op de weg, chaos op het spoor, en ga zo maar door. Het land staat sinds een paar dagen muurvast met als grootste knelpunt Centraal Station Utrecht, waar geen trein meer vertrekt of aankomt. De NS heeft ondertussen meer ervaring met ‘foute wissels’ dan voetbaltrainer Dick Advocaat.

De Nederlandse Spoorwegen kunnen daar niets aan doen. Die hebben om in voetbaltermen te spreken ‘een goede voorbereiding gedraaid’, maar wat is het toch jammer dat toen de competitie begon alle wedstrijden met 12-0 verloren werden. Ze leveren zelfs zo’n dramatisch slechte prestaties, dat ik ze verdenk van fraude en omkoping. De NS heeft ooit één miljard euro van de regering gekregen om de spoorwegen voor eens en voor altijd winterklaar te maken, maar het enige geld dat daarvan daadwerkelijk is besteed, is voor de kopjes koffie en thee die aan de gestrande reizigers met een glimlach worden uitgedeeld.

Als benadeelde reiziger zou je het liefste die mensen in een vurige scheldkanonnade laten weten wat je van de situatie vindt. Maar ja, ondertussen sta je al zo lang in de kou te blauwbekken dat je daar de energie niet meer in gaat steken. Bovendien gaat het op de koop toe wellicht ten koste van het enige wat je op zo’n dag nog gratis krijgt: het kopje koffie. De NS spreekt verder graag van overmacht, maar als brave burger voel je vooral onmacht. Op die manier kon het dus gebeuren dat ik op zaterdagmiddag 4 februari vanuit Zuid-Limburg twee uur in de auto zat richting Utrecht. Iemand die naar mij toe zou komen zat net als honderden andere slachtoffers vast op Station Utrecht. En dan kan ik zo iemand toch moeilijk letterlijk en figuurlijk in de kou laten staan? Terwijl ik in de auto zat, moest ik aan Aron Winter denken. Oké, hij heeft het met zijn naam natuurlijk niet getroffen tijdens dit soort winterweer, maar ook het gevoel van geen keuze hebben deed me aan hem denken.

Bron: Sportsnet Canada

Een jaar geleden was het namelijk ook koud, alleen zat ik toen lekker binnen. Voetbal Magazine had weer een blinkende voetbalglossy geproduceerd en daarin las ik een verhaal over Oud-Ajacied Aron Winter. Hij was op 6 januari 2011 trainer geworden van Toronto FC, een ambitieuze voetbalclub uit Canada. Ik probeerde het me voor te stellen: voetbal in Canada. IJshockey in Canada was voor mij een heel aannemelijk beeld. Bobsleeën in Canada had ik ook geen moeite mee. Maar voetbal…met Aron Winter nog wel? De Surinamer was naar de Canadese voetbalclub gehaald vanwege zijn kennis van voetbal en werd daardoor ook aangewezen als technisch manager, naast zijn functie als hoofdtrainer bij de club. Ik moet toegeven dat Winter als voetballer een zeer verdienstelijke linksback of centrale verdediger kon zijn. Je speelt natuurlijk ook niet voor niets bij het succesvolle Ajax, Internazionale en Nederlands elftal uit die tijd. Verder is het een heel rustige en doordachte persoonlijkheid die zijn voetbalkennis best kan overbrengen op een spelersgroep. Maar wat hij in Canada zoekt weet ik niet.

Ik denk dat het deels onmacht is. Winter is niet zo’n grote voetbalnaam als bijvoorbeeld Marco van Basten, Ruud Gullit of Dennis Bergkamp. Hij is wellicht niet het gewenste uithangbord van Europese voetbalclubs, die een veteraan zoeken die de vereniging met veel bravoure op de kaart kan zetten. De naam Aron Winter was blijkbaar wel aantrekkelijk genoeg voor de Canadezen om aan de naam hun club te verbinden, en dus was Winter sportief gezien genoodzaakt om zijn trainersloopbaan in Canada op te starten. Maar het zal niet aan het ideaalbeeld van Winter voldoen; het is geen voetbalwalhalla. Het voetbal in Amerika is überhaupt een geval apart. In vervlogen tijden voetbalden grote vedetten als Johan Cruijff, Pelé en Franz Beckenbauer in de Amerikaanse competitie. In 1984 ging die competitie echter ter ziele, mede vanwege het feit dat voetbal moest onderdoen voor de andere grote sporten in Amerika, zoals rugby en basketbal.

In 1993 werd er een nieuwe start gemaakt, met de splinternieuwe Major League Soccer. Zowel Canadese als ploegen uit de Verenigde Staten doen hier tegenwoordig in mee. In Amerika is dat allemaal een pot nat, of een bak ijs om in de Canadese vormen te spreken, alleen dan niet het soort ijs dat je zou willen opeten. Ook in deze MLS worden grote namen aangetrokken om de aandacht op de Amerikaanse voetbalsport te vestigingen. Denk maar aan recente voorbeelden als David Beckham, Thierry Henry en Celestine Babayaro. Die laatste speler werd in 1996 zeer knap Olympisch kampioen voetbal door met Nigeria in Atlanta de finale tegen het sterker geachte Argentinië met 3-2 te winnen.
Met al die bekende mensen sneeuwt, deze woordgrap kon ik niet laten liggen, Winter dus alsnog een beetje onder als uithangbord in de Amerikaanse competitie. Maar de oud-Ajacied is wel ambitieus. Hij wil bijdragen aan het oprichten van een compleet eigen competitie voor Canadese ploegen, en probeert bovendien zijn Toronto FC van kwaliteitsimpulsen te voorzien door slim en toekomstgericht spelers te kopen. Het netwerk van Winter speelt daarbij een grote rol, omdat hij zo zelfs Nederlandse spelers tot een Canadees avontuur  kan overhalen. En dat laatst genoemde kenmerk is misschien ook wel de echte reden voor hem om Toronto FC te trainen. Het is een mooi avontuur, hij doet nieuwe ervaringen op, en hij is ver weg van al dat gezeik bij zijn oude liefde Ajax uit Amsterdam.

Dat zo’n buitenlands trainersavontuur best verfrissend kan zijn, merkte ik in de maanden na het artikel in Voetbal Magazine ook op andere plaatsen. Zo sprak ik regelmatig met het nichtje van de Australische voetballer Harry Kewell. Een van de bijwerkingen van het praten met mij, is dat het gesprek ook af en toe over voetbal gaat. Ik vroeg haar dus of ze John van ‘t Schip kon, die een tijd trainer was bij het Australische Melbourne Heart. Ja, ze kon die trainer wel. Het leek haar een sympathieke man, die af en toe won en ook wel eens verloor. Wat zal Van ‘t Schip, evenals Winter een net-niet-wereldster in het voetbal, genoten hebben van deze voetbalvrijblijvendheid. Op de eerste dag van februari 2012 vertrok de eveneens oud-Ajacied bij de Australische subtopper, een sportieve illusie armer maar een levenservaring rijker. Bij dat verhaal over John van ‘t Schip moest ik toen ik de auto zat, dus ook weer aan voetbalavonturier Aron Winter denken. Niet alleen aan Aron Winter trouwens, maar ook aan het barre winterweer. Ik moest namelijk nog iemand ophalen…

Erwin Meeks