AC Milan bevindt zich in zwaar hondenweer

Uit het archief: juli 2012.

In 1988 had dokter Rodolfo Tavana van AC Milan twee hondjes. De jonge en leergierige arts beweerde dat één van de hondjes dol was op zijn voetbalclub AC Milan, terwijl de andere vooral opgewonden raakte van aartsrivaal en stadgenoot Internazionale. Of om het in voetbaltaal uit te drukken: de één was een Milanista en de ander een Interista. De avond voorafgaand aan een cruciale competitiewedstrijd met het in die tijd hoog aangeschreven Napoli, kwam de Nederlandse stervoetballer Ruud Gullit dineren bij de arts van zijn toenmalig club. De twee heren hadden een bijzondere band met elkaar, en vonden het dus de normaalste zaak van de wereld om samen een hapje te eten.

Tijdens een onbewaakt moment in de keuken werd Gullit echter plotseling in zijn been gebeten door het valste hondje Interista, die blijkbaar dus dondersgoed in de gaten had dat hier een bepalende speler van concurrent AC Milan langs zijn natte neus liep. Bovendien zou Gullit van de zich in de keuken uitslovende  dokter Tavana op die avond beter te eten krijgen, dan Interista in zijn hele leven als fanatieke Inter-hond. De wond in het afgetrainde been van Gullit was aanzienlijk groot, en dokter Tavana was zich kapot geschrokken.

Zou sterspeler Gullit door het toedoen van zijn hondje straks niet kunnen meespelen in de beladen ontmoeting met Napoli? Dat zou hem als onervaren clubarts zijn baan kunnen kosten. Bovendien zou zijn intieme etentje met Gullit in dat geval alle kranten en journaals halen… Zover kwam het uiteindelijk niet. De ochtend na het tumultueuze etentje kwam Gullit hinkend aan op trainingscomplex Milanello. Die aanblik bracht de bezorgdheid en de radeloosheid bij dokter Tavana tot een kookpunt. Uiteindelijk kon de excentrieke aanvaller echter zijn lach niet meer onderdrukken: Gullit had weer eens de komediant uitgehangen, hij had geen pijn en de wond bleek reuze mee te vallen.

Uiteindelijk speelde de Nederlander de sterren van de hemel tegen Napoli, won zijn ploeg mede dankzij zijn twee assists met 2-3, en werd AC Milan in 1988 kampioen van Italië.  De hachelijke momenten na de hondenbeet bij Gullit vormen een van de scenes in het prachtige boek ‘Het perfecte elftal’, van schrijver Jan-Cees Butter. Dit boek vertelt op sprookjesachtige wijze de mooie en succesvolle tijd van de drie Nederlanders Ruud Gullit, Marco van Basten en Frank Rijkaard bij de club uit Milaan, waar zij hand in hand met hun eigenzinnige trainer Arrigo Sacchi een revolutie ontketenden. Zij introduceerden aanvallend voetbal in de Serie A.

De tijd van deze Nederlandse ‘driehoeksverhouding’ bij AC Milan ligt inmiddels weer ver achter ons, aangezien ook Hollandse Tulpen op den duur verwelken. Gullit was na een aantal zeer succesvolle jaren niet meer zo gewenst binnen de club, Rijkaard keerde uiteindelijk terug naar zijn jeugdliefde Ajax, en Marco van Basten moest noodgedwongen stoppen door een chronische enkelblessure. Bij Van Basten zijn afscheid in 1995 in stadion San Siro bewees trainer Fabio Capello voor het oog van vele kijkers, dat Italianen met hun temperament niet alleen heel mooi boos kunnen worden, maar ook heel mooi kunnen huilen.

Vandaag de dag bewijzen vele toegewijde supporters van AC Milan dat ze  echter ook op een angstaanjagende wijze woedend kunnen worden. Ze zijn met name boos op clubeigenaar Silvio Berlusconi, die al sinds midden jaren tachtig de scepter zwaait bij de topclub. Waar in 1988 dokter Tavana vreesde dat hij na het hondenbeet-incident onherroepelijk ontslagen zou worden door de almachtige Berlusconi, daar zit de charismatische zakenman momenteel zelf in zwaar weer. Hij verkocht de sterspelers Zlatan Ibrahimovic en Thiago Silva aan Paris Saint-Germain, dat een jaar geleden ook in handen is gevallen van steenrijke eigenaren. De mannen van Qatar Sports Investments hebben grote plannen met de slapende reus uit Parijs.

Terwijl PSG dus een wereldelftal bij elkaar koopt met verder gelouterde topspelers zoals de Brazilianen Alex en Maxwell, de Italiaan Thiago Motta en de Argentijnse spelverdeler Javier Pastore, zien de fans van AC Milan hun voetbalhelden allemaal tegelijkertijd vertrekken. Het afscheid van routiniers zoals Alessandro Nesta, Gennaro Gattuso, Filippo Inzaghi, Clarence Seedorf en Mark van Bommel viel nog uit te leggen. De Italiaanse media schreven dat AC Milan de ‘ouderdomsdeken’ van zich afgooide. Maar nadat ook Ibrahimovic en Thiago Silva voor veel geld verkocht werden, bleek dat er onder die ouderdomsdeken een skelet ligt.

Ondanks de woede die Berlusconi zich op de hals heeft gehaald, heeft hij al die spelers niet zomaar laten vertrekken. De eigenaar van invloedrijke bedrijven zoals Fininvest en Media-set besefte maar al te goed dat AC Milan geld nodig heeft. Ondanks het geruststellende privévermogen van de miljardair, kan de topclub uit Milaan het zich niet veroorloven om bijvoorbeeld het bod van 65 miljoen op Ibrahimovic af te slaan. Financieel staan de zaken er bij Milan minder Rossoneri-kleurig voor dan het lijkt. De club bevindt zich in zwaar weer. Het is daarom voor Berlusconi te hopen dat investeringen uit het verleden zich gaan terugbetalen.

Hij hoopt bijvoorbeeld vurig dat het eeuwige talent Alexandre Pato de Olympische Spelen met zijn vaderland Brazilië blessurevrij overleeft, zodat hij ook in Milaan eindelijk eens een rol van betekenis kan spelen. Daarnaast zal de club slechts op bescheiden schaal aankopen kunnen doen, om het skelet weer verder op te bouwen. Wellicht kan men wat talenten wegplukken bij Blackburn Rovers of Rangers FC; clubs die er nóg beroerder opstaan na een degradatie en een faillissement. Tot die tijd is AC Milan een skelet bestaande uit stuurloze botjes. Het brutale hondje Interista had er maar wat graag zijn tanden ingezet…

Erwin Meeks