Een toernooi van kleuterklassen en oude meesters

Uit het archief: juni 2012.

Bert van Marwijk blijft naar verwachting de bondscoach van het Nederlands elftal. Dat is mooi, aangezien de spelers meer te verwijten valt dan de hele technische staf bij elkaar. Ik hoor en lees desondanks veel teksten van supporters en voetbalvolgers, die vinden dat Van Marwijk weg moet. Gelukkig kan ik de nationale discussie over de positie van de bondscoach laten voor wat hij is, omdat er nog genoeg andere dingen te vertellen zijn over het EK in Polen en Oekraïne.

Tenminste, dat is wat je zou verwachten. Voetbalmedia proberen immers de aandacht te trekken met teksten zoals: “Het EK dendert onverminderd voort!” Persoonlijk vind ik dat nogal meevallen. Geniale momenten van Mario Balotelli, Zlatan Ibrahimovic en Danny Welbeck gaven het toernooi tot op heden wat kleur, maar onvergetelijke wedstrijden zagen we nog niet. Poule D vormde hierop wellicht een kleine uitzondering, met een meeslepende wedstrijd tussen Zweden en Engeland die eindigde in 2-3. Ook het volksfeest dat losbarstte na de 2-1 overwinning van Oekraïne op Zweden, was een gebeurtenis voor in de voetbalanalen.

Hoe anders was de kwartfinale tussen Spanje en Frankrijk: een van de belabberdste wedstrijden van de laatste jaren. Van denderen of donderden was geen sprake bij deze wedstrijd, die op een gegeven moment saaier was dan het zien groeien van het gras. Dat veranderde echter na afloop, toen de gepasseerde Franse middenvelder Samir Nasri de pers te woord moest staan. Het gefrustreerde kwalletje vond het nodig om een scheldkanonnade richting de media af te steken, en daagde een journalist uit om buiten met hem op de vuist te gaan. Nasri zou een nieuwe soort rijst kunnen zijn; eentje die snel overkookt.

De hooghartige middenvelder van Manchester City stond niet in de basis tegen Spanje, want de Franse bondscoach Laurent Blanc stelde liever wat extra verdedigers op. Dit hielp voor geen meter, want ook tegen een verdedigend ingesteld team vindt het eindeloos de bal rond tikkende Spanje, wel een moment om te scoren. Dat lukte de uitgekookte Spanjaarden zelfs tweemaal: beide keren via Xabi Alonso. De gezapige wedstrijd bracht daarmee het verschil tussen uitgekookt en overgekookt treffend in beeld. Spanje slachtte koelbloedige het laffe en machteloze Frankrijk, terwijl de gepasseerde Nasri na afloop overkookte.

Het gebrek aan eensgezindheid in de Franse kleedkamer en de bange tactiek van de trainer, zorgden ervoor dat men opnieuw een eindtoernooi via de achterdeur verliet. De tijd van de oude Franse meesters zoals Zinédine Zidane, Thierry Henry en Marcel Desailly lijkt opeens wel heel erg ver weg. Net als het Nederlands elftal tijdens dit EK, lijkt Frankrijk tijdens de afgelopen eindrondes meer op een kleuterklas dan op een voetbalploeg. In 2010 schold Nicolas Anelka de toenmalige trainer Raymond Domenech nog uit voor ‘hoerenzoon’, en tijdens dit EK wisten met name Florent Malouda en Samir Nasri zich niet te gedragen.

Nederland en Frankrijk profileren zich daarmee als de kleuterklassen van dit EK, die van gekkigheid tijdens hun eerste schoolreisje vergeten waarvoor ze gekomen zijn. Bij andere landen zijn het juist de oude meesters die opstaan, en die als echte professionals nog één keer het uiterste uit hun vege voetballijf persen. De strijdlust van Steven Gerrard, de kalmte van Gianluigi Buffon en de doelgerichtheid van Andriy Shevchenko: het verdient groot respect. En wat te denken van Andrea Pirlo?! De Italiaanse spelmaker is in mijn ogen een van de beste spelers van dit toernooi. En dat hij lekker in zijn vel zit, blijkt wel uit het feit dat hij in de strafschoppenserie tegen Engeland scoorde met een Panenka; een lepe boogbal door het midden.

Bron: The Sun

In eerste instantie dacht ik dat die rol tijdens dit EK weggelegd zou zijn voor de talentvolle Alan Dzagoev. Maar de Russische spelmaker had de pech dat hij met Rusland totaal onverwacht werd uitgeschakeld in de groepsfase, waardoor de titel van ‘beste middenvelder’ op deze manier naar de geroutineerde Pirlo gaat. Oud, maar nog lang niet versleten: dat is wat Pirlo aan de voetbalwereld  laat zien. Net als Shevchenko, die de twijfels over diens explosiviteit en doelgerichtheid de grond inboorde, door meteen twee keer te scoren in het duel met Zweden. Shevchenko kan het nog, maar doet het vanaf nu niet meer.

De Oekraïense volksheld is namelijk een van de spelers voor wie dit EK het laatste kunstje was namens de nationale ploeg. Mark van Bommel, Shay Given en Milan Baroš zijn andere voorbeelden van spelers bij wie een imposante interlandloopbaan tot een einde komt. De Tsjechische aanvaller Baroš had net als de andere oude meesters wel wat meer waardering mogen krijgen. Tijdens het EK 2004 was Baroš de ijdele en zelfbewuste topscoorder van het toernooi. Mede doordat Baroš populair was bij vele vrouwen beschreef de auteur Eugène Saccomano hem als een playboy in diens biografische verhalen.

Mensen veranderen echter, en voetballers ook. Baroš was tijdens dit EK namelijk de harde en nuttige werker voorin bij Tsjechië, die alle kritiek in zijn vaderlandse media over zijn tegenvallende doelpuntenproductie niet verdiende. De topscorer van het EK 2004 behoorde tijdens zijn laatste EK in Polen en Oekraïne net zo goed tot de oude meesters die zich hebben onderscheiden. Daarmee is dit Europees kampioenschap nu al een toernooi van kleuterklassen en volwassen teams met daarin de herleefde oude meesters. En op het einde…winnen de Duitsers. Want in de persoon van Miroslav Klose hebben ook zij: een oude meester.

Erwin Meeks