Oranje is een tikmachine, Rusland een computer

Uit het archief: juni 2012.

Het EK 2012 is enkele dagen bezig, en dus krijgt u allereerst de groeten uit Oekraïne. In dit land, waarvan we tijdens dit nog prille EK nu al beetje bij beetje de charme ontdekken, verloor het Nederlands elftal haar eerste duel in poule B met 0-1 van Denemarken. Het was niet zo goed hè? Of eigenlijk vond bondscoach Bert van Marwijk het spel wel redelijk goed, zeker voor een eerste EK-wedstrijd, maar de legio kansen werden niet benut. Het gevoel dat daardoor achteraf overheerst, is een doffe stemming van teleurstelling en ergernis.

Robin van Persie greep achteraf even naar zijn telefoon. Even pap en mam bellen, even met zijn vriendin praten en de stem van ‘zijn kleine’ horen. Dat werkt wel lekker relativerend natuurlijk, als je net een aantal gigantische kansen om zeep hebt geholpen. Het kwam er weer niet uit bij het fenomeen van de Engelse competitievelden. Van Persie grossiert in de ongelukkige acties bij Oranje, en soms zijn die momenten zo doorspekt met pech en tegenspoed, dat je het de aanvaller moeilijk kwalijk kunt nemen. Het enige wat je wel kunt zeggen: had Klaas-Jan Huntelaar daar niet beter kunnen staan? Wie zal het zeggen?

Bron: Bet.nl

De spelers van Oranje zeggen dat voorlopig trouwens niet. Aanvoerder Mark van Bommel schoof het in zijn bewoordingen diplomatiek op de teamprestatie, en ook andere spelers lieten het wijselijk achterwege om de nederlaag op een persoon af te schuiven. En ik vind ook dat daar de kern van het sportieve probleem niet lag. Het spelsysteem van het Nederlands elftal, dat overigens al zo oud is als het culturele erfgoed in Kharkiv, doet letterlijk en figuurlijk denken aan een tikmachine. Ouderwets, traag, onhandig en niet flexibel.

Het spel van Oranje is achterhaald. Het verschil tussen de wedstrijd Rusland-Tsjechië en de ontmoeting tussen Nederland en Denemarken was schrijnend. Het eerstgenoemde duel kende een vele malen hoger tempo, en zelfs het overklaste Tsjechië toonde aan de hand van aanjager Thomas Rosicky meer durf dan het onsamenhangende en behoudende Nederlands elftal. De eeuwige tikjes-breed maken van de ploeg van Van Marwijk een logge en slome tikmachine, die nooit in staat is om op opportunistisch spel over te schakelen.

Nederland is een slap aftreksel van het ooit zo bewierookte totaalvoetbal, en komt daardoor over als een besluiteloze en een teveel berekende voetbalnatie. Rusland speelde tegen Tsjechië echter verre van berekend, en toonde juist spelintelligentie en rekenkracht. Met de uitblinkende Alan Dzagoev, die op het middenveld zijn grote belofte meer dan waarmaakte, oogden de Russen als een computergestuurde voetbalmachine die razendsnel kan schakelen. De passes van Dzagoev waren subliem, Igor Denisov speelde uiterst nuttig en Aleksandr Anyukov en Yuri Zhirkov blonken uit als twee capabele en moderne backs.

Tegen Denemarken ondervond Nederland overigens ook aan den lijve, dat je zelfs een als nuttig en sober bestempelde speler zoals Michael Krohn-Dehli niet mag onderschatten. Als rechtsback Gregory van der Wiel net zoveel energie had gestoken in de wedstrijd als in zijn kapsel, dan had de Deense ex-speler van onder meer Ajax en RKC Waalwijk niet de kans gehad om te excelleren. Maar Van der Wiel zakte in mijn ogen zowel voetballend als mentaal door het ijs tegen Denemarken, en dat is geen reclame met het oog op een transfer.

Cristiano Ronaldo, die in clubverband zijn strepen als topvoetballer wel al ruimschoots heeft verdiend, had voorafgaand aan de wedstrijd met Duitsland echter ook lang voor de spiegel gestaan. Hij creëerde een soort Leonardo DiCaprio-kapsel, uit de film van de Titanic. Ronaldo ging, net als het legendarische schip, kansloos ten onder. Hij was overigens niet de enige, want ook jongens als Lukas Podolski en Mesut Ȫzil bleven aan de kant van tegenstander Duitsland verstoken van hun vertrouwde voetbalniveau. Voor het Nederlands elftal betekent dat echter dat dit toernooi nog lang niet voorbij hoeft te zijn, al zullen ze in de komende wedstrijden wel meer durf en effectiviteit moeten tonen.

Tot slot wil ik afsluiten met nog een positieve sportieve noot, en dat is Przemyslaw Tyton. Ik heb genoten van het moment waarop de PSV-doelman zich tot de held van het EK-gastland Polen kroonde. In tegenstelling tot de warrige Spaanse scheidsrechter tijdens deze wedstrijd, hield Tyton wel het hoofd koel toen hij voor de met een rode kaart weggestuurde doelman Wojciech Szcensny in het veld moest komen. Koud tussen de palen stopte hij de strafschop van de ervaren Griekse rot Giorgos Karagounis, en verzekerde Polen daarmee van in een punt in de openingswedstrijd.

Het is iets waar elk jong keepertje in zijn jeugd van droomt: als doelman koud het veld betreden en dan direct een cruciale strafschop keren tijdens een EK-wedstrijd voor je eigen volk. Het mooiste scenario is als je zoiets in de finale van het toernooi doet, maar om deze keeperstunt uit te voeren in de openingswedstrijd is toch ook minimaal een doordeweekse voetbaldroom waardig. Het is een soort sprookje dat zich laat lezen als een door een voetbalromanticus geschreven jongensboek. Bij voorkeur geschreven op een Russische Dzagoev-PC, want met zo’n computerbrein in je ploeg; daar bereik je het hoogste mee…

Erwin Meeks