Oranje moet in de spiegel kijken, net zoals Ronaldo doet

Uit het archief: juni 2012.

Lang wil ik het er  niet meer over hebben, want er is al zoveel over gezegd en geschreven. We kunnen in het kort concluderen dat het Nederlands elftal een van de zwakste EK’s uit haar historie heeft afgewerkt, en dat Oranje samen met Zweden en Ierland het minste heeft geïmponeerd tijdens deze eindronde. Het Nederlands elftal zal in de spiegel moeten kijken; iets wat Cristiano Ronaldo ze wel kan leren.

Ongeveer een kwartier lang veerde heel Nederland op, toen Oranje via een schitterende treffer van de boven Mark van Bommel verkozen Rafael van der Vaart brutaal een 0-1 voorsprong nam tegen Portugal. Heel even liet de ploeg van bondscoach Bert van Marwijk fel en dynamisch voetbal zien. Daarna speelde de ploeg zichzelf echter weer uit de wedstrijd door via een gebrek aan concentratie de hachelijke momenten over zichzelf af te roepen. Het broze vertrouwen verdween snel, en zelfs de helpende hand van Duitsland dat had gescoord tegen Denemarken, vormde geen extra motivatie voor Oranje om zich in de wedstrijd vast te bijten.

Na afloop vertelde Wesley Sneijder dat hij zich geërgerd had aan het feit, dat er tijdens dit EK een lek zat in de spelersgroep. Dat lek zorgde ervoor dat gevoelige informatie van trainingen bij de pers kwam te liggen, maar de middenvelder durfde niet te zeggen welke speler verantwoordelijk was geweest voor deze ondermijning van het groepsproces. Dat de spelersgroep ‘lek’ is geweest tijdens dit EK, en dat het onderlinge wantrouwen groot was, is wel zichtbaar geweest. Ook tegen Portugal werd weer bij vlagen pijnlijk duidelijk dat Oranje met een schrijnend gebrek aan samenwerking zo lek was als een zeef.

Cristiano Ronaldo liep namens Portugal zó door de verdediging van Nederland. Hij had alle tijd om een paar keer tijdens de wedstrijd zijn haartjes te kammen, zijn make-up te doen en te knipogen richting de camera’s, en om op de koop twee doelpunten te scoren. In de rust vonden de Portugezen het niet nodig om tactisch een paar puntjes over het wedstrijdverloop door te nemen, want men had het te druk met de haarpuntjes van Ronaldo bij te werken. De sterspeler wilde graag met een nieuw kapsel aan de tweede helft beginnen, en zo geschiedde. Als iemand Oranje dus kan leren om in de spiegel te kijken, dan is het Ronaldo wel.

Ronaldo had bij zijn tweede doelpunt, terwijl Gregory van der Wiel al lang en breed op zijn rug lag, alle tijd om eerst even aan doelman Stekelenburg te vragen: “Goh Maarten, hoe is het thuis?”, om daarna de bal beheerst in de benedenhoek te schieten. Bij de wedstrijden tegen Denemarken en Duitsland kon je nog met gemak even een blokje om lopen met de hond, zonder dat je veel noemenswaardigs van de wedstrijd zou missen. De ontmoeting met Portugal was echter heel wat meeslepender, en dat kwam vooral door de Portugezen die met scherpe uitvallen doorlopend gevaarlijk werden. Ronaldo schitterde zoals zijn spiegels.

Het uiteindelijke resultaat van de hele lijdensweg was een onvermijdelijke 2-1 nederlaag, een treurige Oranje-Sinterklaas op de tribune, en Mark van Bommel die met zijn hand voor de mond stiekem een paar bemoedigende woorden sprak richting zijn schoonvader en bondscoach Bert van Marwijk. Ik hoop echt dat hij bondscoach mag blijven, maar Van Marwijk is hoe dan ook niet de enige Nederlandse  trainer die straks met een kater met aan het EK in Polen en Oekraïne zal terugdenken.

Wat te denken van Dick Advocaat: de trainer van Rusland die door een knotsgek scenario in de laatste groepswedstrijd de zeker lijkende plek in de kwartfinale in rook op zag gaan. Niet zo lang geleden schreef ik dat Rusland voetbalde als een computer met ongekend veel rekenkracht, maar ook een goede computer en zelfs een computerbrein als Alan Dzagoev kunnen blijkbaar crashen.

Griekenland bereikte daarentegen met een beetje geluk en een hoge dosis wilskracht de kwartfinale. Zou Griekenland die kwartfinaleplaats aan de verbijsterde Russen willen verpachten? Wellicht hebben een aantal welgestelde Russen een paar miljard over voor het kwartfinaleticket. De Grieken zouden daarmee meteen een deel van de schulden kunnen aflossen, en die hele eurocrisis kan dan voor eens en voor altijd uit de kranten verdwijnen.

Het mag dan een mooie gedachte zijn, maar niet meer dan dat. Het sportieve aspect moet altijd zegevieren op een EK, en in dat opzicht heeft Griekenland het volste recht op die plek in de kwartfinale. Over het sportieve aspect gesproken: qua voetbaltactiek maakt Italië dit toernooi tot op heden de meeste indruk op mij. Dat klinkt misschien gek na twee gelijke spelen, maar de Italianen hebben op het middenveld telkens een man meer dankzij het secuur uitgedachte concept van trainer Cesare Prandelli: met drie verdedigers op papier en daarvoor een versterkt middenveld dat in de personen van Emanuele Giaccherini en Christian Maggio spelers bezit die razendsnel kunnen omschakelen van verdediging naar aanval.

Zowel tegen Spanje als tegen Kroatië stond de organisatie als een huis. Aanvallend mist Italië echter de nodige stootkracht, en ook werd tegen Spanje en Kroatië de gelijkmaker toegestaan. Desondanks denk ik dat bijvoorbeeld Nederland nog veel van dit spelsysteem kan leren, net zoals een aantal andere ploegen op dit EK. Sowieso zullen de spelers van Oranje na dit toernooi even in de spiegel moeten kijken. Vraag dat maar aan Ronaldo…

Erwin Meeks