Verbeek en McClaren moeten leren zweven in de slangenkuil

Uit het archief: april 2011.

Het topvoetbal is vaak een nogal kille en harde bedoeling. Voor trainers, spelers en bestuurders die hebben geleerd om zo nu en dan te zweven in deze slangenkuil, is het een te verdragen wereld vol positieve en negatieve kanten. Maar voor wie niet op de juiste momenten de vaardigheden, kennis en het geluk aan zijn zijde heeft, kan de afhankelijkheid van deze op zichzelf staande branche zuur opbreken.

Niet verwonderlijk dat sommige trainers uit deze slangenkuil kunnen reageren alsof ze gebeten zijn door een adder, in tijden dat het slecht gaat. Zo liep Gertjan Verbeek afgelopen weekend boos weg tijdens een kritisch interview van AZ-Televisie, het televisiemedium van zijn club. En Steve McClaren van FC Twente kon het niet opbrengen om de laatste minuten van de wedstrijd tegen NAC Breda af te kijken, nadat zijn ploeg vlak voor tijd nog de gelijkmaker had moeten incasseren. De twee trainers zagen een reële kans op de landstitel vervliegen, donderden van hun voetstuk, en vielen dus in de slangenkuil naar beneden. In de voetbalwereld is dat echt geen unicum. Door toedoen van op hol geslagen bestuurders, kritische media en opportunistische supporters kan een reputatie in de voetbalwereld in een flits naar de verdoemenis worden geholpen.

De voorbeelden hiervan zijn talrijk, maar daardoor niet minder treffend. Megalomane clubbestuurders waren er in de voetbalgeschiedenis van Real Madrid tot Feyenoord en van Chelsea tot AC Milan. Een zeer schrijnende zaak was echter het abrupte afscheid van de legendarische trainer Sir Bobby Robson bij de topclub Sporting Lissabon uit Portugal. Met de kerst van 1993 stond Sporting Lissabon fier aan kop in de Portugese competitie, en leek er voor de hoofdtrainer Bobby Robson en zijn nog jonge en anonieme spreekbuis José Mourinho geen vuiltje aan de lucht. De kans dat Sporting Lissabon in de tweede helft van het seizoen de titel zou grijpen, was levensgroot.

De club kreeg echter een nieuwe president: een zekere José de Sousa Cintra, die leunde op zijn zakelijke ervaring als mineraalwatermiljonair. Hij had vele miljoenen verdiend met zijn bedrijf dat mineraalwater aan de man bracht, en dacht met zijn instinct voor zakelijk succes Sporting Lissabon ook wel even naar sportieve hoogten te stuwen. Zijn gedachtegang, ingegeven door grootheidswaanzin en de drang om invloed uit te oefenen, bleek volkomen onjuist. Cintra kreeg het idiote idee om de succescoach Bobby Robson te ontslaan. De verbaasde en verbeten Robson vertrok als een soort wraakactie naar de grote rivaal FC Porto en José Mourinho, destijds voornamelijk in functie als tolk, ging in zijn kielzog met hem mee.

Tot leedvermaak van Robson en Mourinho stortte Sporting Lissabon na hun gedwongen vertrek als een kaartenhuis in elkaar. De straatlengte voorsprong werd door de grootmacht uit de hoofdstad alsnog kwijtgespeeld, en als klap op de vuurpijl versloeg Robson met FC Porto in de Portugese bekerfinale zijn oude werkgever Sporting Lissabon. Zijn verdriet verdrinken met zijn eigen mineraalwater was voor Cintra natuurlijk onmogelijk, waardoor de warmbloedige miljardair pijnlijk genoeg aangewezen zal zijn geweest op een Robson’s East-Coast-Ale biertje uit Zuid-Afrika.

De mineraalwatermiljonair keerde terug naar zijn leest, en daar was hij snel weer op zijn plek. Hij begon een bierbrouwerij in het Braziliaanse São Paulo, waar uiteindelijk een biermerk uit voort zou groeien dat zelfs de Portugese markt veroverde. Op die manier poetste hij zijn blazoen weer op als handige zakenjongen, wat hij eigenlijk al van kinds af aan was geweest. Cintra vergaarde als kind namelijk een aardig zakcentje door slakken te verkopen, en haalde daarna als handelaar zijn hart op in de hotelbranche. Op zijn vijftiende had hij eigenlijk een bijbaantje als liftbediende in Hotel Tivoli in Lissabon, maar in werkelijkheid sloeg hij meer munt uit de verkoop van de opgeslagen en overbodige aquarellen en schilderijen van het hotel.

Na een tijd als vrijwilliger bij de marine, verwierf Cintra daarna zijn befaamde kapitaal met zijn gevoel voor de verkoop van twee veel gedronken vloeistoffen: water en bier. Een uitstapje naar de voetbalwereld moet hij echter niet meer maken, want dat heeft vervelende gevolgen voor zichzelf en voor anderen. Robson en Mourinho kwamen er echter weer helemaal bovenop. Robson was als trainer teveel een autoriteit om zich door de Sporting Lissabon-affaire uit het veld te laten slaan, en Mourinho trok er juist een heel wijze les uit. De Portugese coach maakte met dank aan Cintra voor het eerst kennis met de ruwe kanten van de voetbalwereld, en hij leerde al gauw om te zweven in deze slangenkuil.

De dekmantel van tolk wierp hij van zich af, en als assistent-coach bij het FC Barcelona van Louis van Gaal zette hij zijn eerste schreden in het trainersvak. Het maakte van hem een trainer die ooit een persconferentie begon met de zin: “Ik ben niet de beste trainer ter wereld, maar er is niemand beter dan ik.” Ook in zijn tijd bij Chelsea duldde hij geen invloed meer van buitenaf, en hij vertrok toen de Russische miljardair Roman Abramovic als clubeigenaar teveel invloed wilde uitoefenen. Momenteel probeert Mourinho met Real Madrid als een soort obsessie FC Barcelona van het landskampioenschap af te houden, en daarbij laat zich door niemand meer de les lezen.

De eigenzinnige kanten van Mourinho zijn ook bij Verbeek en McClaren al ruimschoots aanwezig. Nu nog de gave om te zweven in de slangenkuil die de voetbalwereld heet, ook als het even tegenzit. Een echte toptrainer probeert overal boven te staan, en is immuun voor de giftige adders.

Erwin Meeks