Wat De Boer niet kent, dat speelt hij niet

Uit het archief: mei 2012.

Ajax is kampioen van Nederland. Maar even kijken, wie nemen we op de schouders in Amsterdam? In een competitie die dit seizoen het toppunt van nivellering bereikt lijkt te hebben, is zelfs binnen de kampioensploeg het aanwijzen van een absolute uitblinker geen routineklus.

Als je naar de spelersselectie van Ajax kijkt, dan waren er zonder meer een paar spelers die zich geprofileerd hebben. Jan Vertonghen speelde als aanvoerder van Ajax bijvoorbeeld nog nooit zo dwingend als dit seizoen. En Ricardo van Rhijn is er toch maar mooi in geslaagd dat de schietgebedjes voor het blessureleed van Gregory van der Wiel achterwege bleven. Zonder Van der Wiel zou je al gauw verwachten dat de zaak vierkant draait, maar het tegenovergestelde bleek waar.

Desondanks vind ik niet dat jongens als Vertonghen, Van Rhijn en wellicht nog de vaste krachten zoals Alderweireld en Eriksen, de doorslag gaven bij deze 31ste landstitel voor Ajax. Nee, het venijn van de Amsterdamse club zat hem in het collectief. Waar op bestuurlijk niveau op diep beschamende wijze door velen een individuele en persoonlijke prestigestrijd werd uitgevochten, daar draaide de ploeg op het veld als het Rad van Fortuin. Alle nummertjes in Het Rad bleven een keer steken bij de pijl; de dag waarop ze hun club bij de hand namen en (soms met veel moeite) over weer een horde heen hielpen.

Bron: Voetbal.nl

Zo vertolkte Ismaïl Aissati een beslissende rol op het middenveld, toen daar tegen het einde van het seizoen de nood aan de man was. En Dimitry Bulykin kan na dit seizoen een ongekend hoog doelpuntengemiddelde overleggen, aangezien hij in zijn gering aantal speelminuten uitermate productief was. Lorenzo Lorenzo Ebecilio kreeg het kortstondig op zijn heupen, uitgerekend op het moment dat de geblesseerde Derk Boerrigter het hardst gemist werd. En tot slot waren er de wedstrijden waarin Siem de Jong, Theo Janssen, Kenneth Vermeer en zelfs Miralem Sulejmani de regerend landskampioen door het vuur sleepten.

En ja natuurlijk, net als de andere kampioenskandidaten kende Ajax periodes van tegenspoed. Op de dagen dat er verloren werd van FC Utrecht en aartsrivaal Feyenoord was echter opnieuw duidelijk zichtbaar hoezeer Ajax dit seizoen teerde op de vindingrijkheid en variatie binnen de spelersgroep. Tijdens de wedstrijden dat niemand écht opstond, en het Rad van Fortuin maar niet tot stilstand wilde komen, ging Ajax kansloos ten onder.  Voetbalanalisten spreken dan al snel over een collectief falen, maar in dit geval was dat de spijker op zijn kop.

Dus blijft de vraag: Wie nemen we op de schouders? In mijn ogen kan dat maar één man zijn: trainer Frank de Boer. Het spreekwoord luidt: ‘Wat de boer niet kent, dat eet hij niet’. Ik vind dat het hoog tijd wordt om deze uitdrukking te wijzigen in een vorm die nog meer de lading dekt: ‘Wat De Boer niet kent, dat speelt hij niet’. Want als er één persoon is binnen Ajax die deze jaargang zichzelf is gebleven, dan is het Frank de Boer wel.

Hij trok zich zo min mogelijk aan van de beleidstechnische chaos, en deed aan dat hele toneelspel niet mee. Hij hoefde niet eens het fijne ervan te weten, want De Boer concentreerde zich letterlijk op het eigen spel. Hij vertrouwde daarbij ook op de jeugdspelers van Ajax (als voormalig trainer van het A1-elftal kende hij die nog), die dat vertrouwen vaak dubbel en dwars waard bleken te zijn. Ajax-boegbeeld Johan Cruijff heeft al jaren een hoge bloeddruk van de jeugdopleiding, maar De Boer heeft onbewust aangetoond dat veel van diens zorgen een tikkeltje overdreven zijn. De jeugd draaide moeiteloos mee in het Rad van Fortuin.

Frank de Boer trok zich dan ook niets aan van de ter discussie staande jeugdopleiding, en deed gewoon een beroep op de talenten als dat nodig was. Ook de nationale discussie over het wel of niet functioneren van Theo Janssen liet De Boer over zijn kant gaan. Onverstoorbaar vervolgde de Ajax-trainer zijn werk, zoals hij dat als assistent-trainer bij Oranje ook bondscoach Bert van Marwijk met succes had zien doen. De Boer bleef altijd zichzelf; en wat De Boer niet kende, dat deed hij niet.

Toen ik iemand van Ajax vertelde dat ik de ploeg dit seizoen als het Rad van Fortuin vond draaien, kreeg ik direct de dwingende vraag toegeworpen: “Je gaat toch niet over ‘Lucky Ajax’ lopen zeiken hè?” Nee, dat was mijn bedoeling zeker niet. Wie namelijk op het einde van het seizoen de meeste punten heeft, en wie zo’n bewonderenswaardige inhaalrace neer kan zetten, die is in mijn ogen de terechte kampioen. Een collectieve winnaar, met veel verschillende spelers die hun steentje hebben bijgedragen.

En trainer Frank de Boer gold als de onverstoorbare presentator van dit Rad van Fortuin; een spel dat hij ongetwijfeld goed zal kennen. Want wat De Boer niet kent, dat speelt hij niet. En met die manier van werken is hij inmiddels voor de tweede keer op rij kampioen van Nederland geworden. Ajax, gefeliciteerd!

Erwin Meeks