Afellay en Gomes: beschimpte huurlingen in Duitsland

De dit seizoen vijftig jaar bestaande Duitse Bundesliga blinkt als nooit tevoren. In het huidige jubileumseizoen kan de hoogste voetbaldivisie van onze oosterburen pronken met aantrekkelijk voetbal, ongekend hoge toeschouwersaantallen en een keur aan moderne en oogstrelende voetbalstadions. Bovendien kunnen de clubs gezamenlijk klinkende financiële cijfers overleggen, waar ze bijvoorbeeld in Engeland alleen maar van kunnen dromen. Vrijwel elke Engelse club die iets voorstelt, leunt op de inbreng van steenrijke clubeigenaren. Die allesbeheersende baasjes kunnen hun zucht naar aanzien, status en macht botvieren op een beroemde voetbalclub, dankzij het geld dat ze hebben overgehouden aan hun olievelden in Rusland of het Midden-Oosten.     

In Duitsland walgen ze van die constructies, en krijgen clubs een vriendelijk doch dwingend advies mee van de Deutscher Fussball-Bund: “Clubs, pas op je tellen, want wij accepteren alleen een verstandig en duurzaam beleid van onze leden.” Die boodschap is niet aan dovemansoren gericht, want het merendeel van de profclubs is baas in eigen huis. En er wordt niet alleen aan de toekomst gedacht, maar daar wordt op zijn Duits ook keihard aan gewerkt. Borussia Dortmund en Bayern München zijn schoolvoorbeelden van verenigingen met een gedegen jeugdopleiding, waar de meest uiteenlopende voetbaltalenten tot bloei komen.

Voetbaltalent in Dortmund: Marco Reus en Mario Götze. Bron: Zimbio.

Ook de talentontwikkeling bij jeugdteams van clubs zoals Bayer Leverkussen, FSV Mainz, Borussia Mönchengladbach en Hamburger SV mag niet uitgevlakt worden. De namen van Ȫmer Toprak (Leverkussen), Håvard Nordtveit (Gladbach), Eric Choupo-Moting (Mainz) en Heung-Min Son (HSV) mogen misschien heel exotisch klinken, maar al deze toptalenten leerden voetballen op de Duitse velden. Samen staan deze jonge voetballers garant voor fris en aanvallend voetbal in de Bundesliga, en zorgen ze voor inkomsten als in de toekomst weer eens een Engelse investeerder zonder blikken of blozen de portemonnee trekt.

“Dertig miljoen voor die grote belofte van jullie? Geen probleem, en het bonnetje mogen jullie zelf houden.” Niet erg verstandig dat die koopzieke clubbestuurders achteraf nooit eens het bonnetje lijken na te kijken. Dan hadden ze kunnen zien dat al die dure talenten zijn grootgebracht met een combinatie van verzorging, aandacht, kennis, oefening, geduld en liefde. Een enkeling zegt dat hij het licht heeft gezien, en heeft van zijn centen een super-de-luxe complex voor de jeugdopleiding laten bouwen. Maar de jeugdtrainers en begeleiders die daar moeten gaan werken, worden vaak weer ergens anders weggekocht. Ja, dan ben je lekker bezig… 

Ondanks dat die absurde koopzondagen en prijzencircussen aan de Bundesliga voorbij gaan, zijn er toch grenzen aan het succesvolle beleid van de Duitse voetbalinstituten. De blinkende medaille heeft een keerzijde, die in het huidige seizoen haar angstaanjagende roestplekken laat zien aan de plaatselijke voetbaltrots van Gelsenkirchen en Hoffenheim. Twee speciale ploegen met een totaal ander verhaal, maar met één pijnlijke overeenkomst: alles zit tegen dit seizoen bij het slecht presterende Schalke 04 en TSG Hoffenheim. Terwijl de traditieclub uit Gelsenkirchen in de maag zit met de Nederlandse rebel Ibrahim Afellay, heeft Hoffenheim een keepersprobleem.  

Doelman Tim Wiese op de tribune bij TSG Hoffenheim. Bron: Die Welt

In de laatste weken van 2012 leek het al op een heuse keeperssoap die werd uitgezonden in de Sportschau, de Duitse equivalent van Studio Sport. Telkens als de kunsten van Hoffenheim aan bod kwamen in de samenvatting, dan werd er gerept over de slechte resultaten. De beschuldigende vinger wees steeds naar Tim Wiese. Jarenlang was hij de betrouwbare en ietwat sobere keeper van Werder Bremen, maar voor zijn komst naar Hoffenheim onderging hij een metamorfose tot stoere sluitpost met nieuwe oorbel, haarband en lang kolenzwart haar.

Maar zijn onverschrokken uitstraling kwam allerminst tot uiting tussen de doelpalen bij zijn nieuwe club. Integendeel: hij oogde op den duur onzeker bij elke bal, was schuldig aan een karrenvracht tegendoelpunten en liet zijn verdediging stuurloos aanmodderen. Geheel tegen de normen en waarden van de Bundesliga in, werd voormalig PSV-held Heurelho Gomes gehuurd van Tottenham Hotspur. Geen kans dus voor de jonge Jens Grahl of de talentvolle Belg Koen Casteels. Nee, de supporters moesten het doen met een Braziliaanse trekpop met flaporen, die bij zijn debuut direct op Wiese-wijze in de fout ging bij een tegengoal.

Heurelho Gomes (links) en Ibrahim Afellay in hun succesvolle tijd samen bij PSV. Bron: Pics United

Hoffenheim had behoefte aan een rustige en ervaren doelman, maar Gomes ontbeert juist elke vorm van wedstrijdritme en zelfvertrouwen. De goedlachse Braziliaan hield na zijn PSV-tijd bij Tottenham Hotspur vooral de bank warm met zijn lange ledematen, en had na zijn spaarzame optredens in de Premier League telkens een hoofdrol te pakken als ‘lachertje van de week’ in de veelbekeken BBC-voetbalshow Match of the Day. “Maar het was echt een koopje!”, zal het excuus van voorzitter Peter Hofmann hebben geluid tegenover investeerder Dietmar Hopp, naar wie het stadion is vernoemd.

Terwijl in Gelsenkirchen Schalke 04 gebukt gaat onder de chronisch geblesseerde en als arrogant omschreven huurling Ibrahim Afellay, hebben ze in Hoffenheim nu al spijt van elke cent salaris die aan de clowneske Gomes wordt besteed. Ooit waren Gomes en Afellay de grote prijswinnende spelers van PSV Eindhoven, maar vandaag de dag worden ze door Barça en The Spurs verhuurd aan een competitie waar ze eigenlijk niet thuishoren. In het vervolg zullen ook Schalke 04 en Hoffenheim teruggrijpen naar de recente Bundesliga-traditie: beter geduldig opgeleid dan slecht gehuurd.

Door: Erwin Meeks