Terug in de tijd: Politiek spel op 20 februari 2010

Vandaag exact drie jaar geleden, op 20 februari 2010, leek de ondoorzichtige politiek even net zo kortzichtig als de voetbalwereld:

Hoewel nog niet echt begonnen, was het is al vroeg een historische dag. ’s Nachts om vier uur viel het kabinet Balkenende IV. Na een zestien uur durend crisisberaad kwamen alle partijen van het kabinet tot het besluit dat er geen draagvlak meer was om samen door te gaan als regering. Over een verlengde aanwezigheid van een militaire missie in Uruzgan, konden de regeringspartijen CDA en PvdA het niet eens worden. Maar het ging in de terminale fase van het kabinet om veel meer dan alleen dit onderwerp. Wantrouwen, gezichtsverlies en electorale overwegingen lagen verder aan de val van het kabinet ten grondslag. Het wantrouwen tussen premier Jan Peter Balkenende, vicepremier Wouter Bos en minister Maxime Verhagen was te groot geworden om nog verder te kunnen.

Wat me bij dit onderwerp opviel, is dat de kloof tussen de politieke spelletjes in het voetbal en de echte politiek niet groot is. Net als in het voetbal spelen in de politiek de machtsverhoudingen een grote rol. In het voetbal zijn er regelmatig conflicten tussen bestuurder en trainers. Evenals bij de politiek, heeft dat vaak te maken met bestuurders die het vertrouwen in hun trainer verliezen bij slechte resultaten. De vergelijking is snel gemaakt, maar het probleem van het voetbal is dat het opportunisme vaak de overhand heeft. Bij slechte resultaten ontstaat er al gauw paniek bij de hoge heren van een voetbalclub. Trainers worden vrijwel direct de laan uitgestuurd bij tegenvallende prestaties en krijgen niet de kans om hun werkplan uit te voeren. De laatste jaren zijn er steeds vaker bestuurders die hun club zogenaamd bedrijfsmatig gaan runnen.

Toonbeelden van continuïteit en visie: Arsène Wenger en Sir Alex Ferguson. Bron: The Telegraph.

Toch laten zij zich binnen de kortste keren overmannen door emoties en nemen ze overhaaste en ondoordachte beslissingen. Hiermee richten ze hun club uiteindelijk te gronde. Dat een langetermijnvisie en stabiliteit in de trainingsstaf wel zijn vruchten afwerpt, dat bewijzen onder meer Sir Alex Ferguson en Arsene Wenger, bij hun clubs Manchester United en Arsenal. Wenger laat met Arsenal vooral oogstrelend voetbal zien, maar wint tot nu toe weinig prijzen. Ferguson daarentegen moet bij Ikea ieder seizoen een nieuwe prijzenkast bestellen. Een trainer die lang in dienst is bij dezelfde club en zijn ideeën kan uitwerken, brengt op den duur dus wel degelijk resultaat. De politiek mocht die wijze les op 20 februari 2010 opsnuiven…