Terug in de tijd: De rol van de coach

Exact drie jaar geleden, op 18 april 2010, is de complete sport- en voetbalwereld in de ban van de aanloop naar het WK 2010 in Zuid-Afrika. Het kleinste nieuwtje werd op den duur breed uitgemeten in de pers, en waar mogelijk werden raakvlakken met de Nederlandse inbreng op het aanstaande WK gezocht. Op die bewuste 18 april stond alles met name in het teken van de rol van coach; hoeveel trainers met de Nederlandse voetbalvisie zouden present zijn op het WK 2010? Een terugblik op wat de voetbalvolgers in die tijd bezig hield:

Met de afzegging van Guus Hiddink, ziet het ernaar uit dat er twee Nederlandse coaches naar Zuid-Afrika afreizen. Dat is in de eerste plaats Bert van Marwijk voor Nederland en in de tweede plaats Pim Verbeek met Australië. Verbeek nam eerder deel aan het WK 2002, als assistent van Guus Hiddink bij het succesvolle Zuid-Korea. Ook onder diens opvolger Dick Advocaat bleef Verbeek assistent-trainer. Opnieuw beleefde hij in die rol een wereldkampioenschap, het WK 2006 in Duitsland. In 2007 trad hij in de voetsporen van Guus Hiddink als bondscoach van Australië. Met Australië zal hij komende zomer zijn eerste WK-eindronde als hoofdcoach volbrengen.

Vandaag wordt duidelijk dat Verbeek ook al plannen heeft voor wat hij daarna wil gaan doen. Het zou misschien aannemelijk kunnen zijn om te denken dat hij opnieuw Hiddink volg als assistent bij Turkije, maar Verbeek gaat dit keer weer zijn eigen weg. Hij zal vanaf 1 augustus in dienst treden als technisch directeur bij de Marokkaanse voetbalbond. Daarmee wordt hij ook verantwoordelijk voor alle jeugdspelers van Marokko. De uitdaging voor Verbeek zit hem onder meer in het feit dat het niet zo goed gaat met het Marokkaanse voetbal. Zijn voorliefde voor het opbouwen van een voetbalcultuur in een land liet hij al blijken met eerdere keuzes voor de ’kleinere voetballanden‘ Zuid-Korea en Australië. Dat is een heel ander manier van werken dan bij een topland of bij een topclub. Er zijn coaches die het liefst alleen bij clubs of landen aan de slag gaan, waar alles al tot in de puntjes is geregeld.

Pim Verbeek. Bron: The Telegraph.

Als je bijvoorbeeld bondscoach van Duitsland wordt, dan is het niet noodzakelijk om je te bemoeien met de jeugddoorstroming of met de coöperatie tussen clubs. Al die zaken zijn al optimaal geregeld. Als coach van een topclub of topland wordt er enkel van je verwacht, dat je de beste spelers uitkiest voor de nationale selectie. Deze spelers moet je dan goed op elkaar kunnen afstemmen en ze optimaal laten renderen. Je moet bijna te werk gaan als een amateurpsycholoog. In het uiterst fascinerend boek ’Dure spitsen scoren niet‘ van de schrijver Simon Kuper en hoogleraar Stefan Szymanski wordt er nog dieper ingegaan op de rol van de coach bij een topclub of topland. Zij stellen dat dit scoort coaches zich eigenlijk vooral moet bezighouden met het veiligstellen van de eigen positie. Zolang het de trainer lukt om de beleidsbepalers achter zich te scharen, en het vertrouwen van iedereen te behouden, komen de prijzen na een tijdje vanzelf wel. Als je bij een topploeg werkt, heb je meestal te maken met een team dat overloopt van de goede voetballers. Als het je eenmaal lukt om lang genoeg met deze ploeg te mogen werken, dan zul je na een tijdje altijd prijzen winnen. Daar heb je immers alle topspelers voor in huis. Hoe langer het je lukt om trainer te blijven van een topploeg, des te meer prijzen je in de loop der jaren zult winnen.

Bij landen als Zuid-Korea of Marokko moet je veel meer dingen kunnen verwezenlijken. Vaak moet er nog een hele voetbalorganisatie op poten worden gezet en zijn de omstandigheden hiervoor minimaal. Veel coaches die dit soort landen trainen, spreken regelmatig over ’het project‘ waarmee ze bezig zijn. Ze zijn veel meer dan alleen een trainer. Ze worden om advies gevraagd bij alle voetbalzaken in dat land. Dergelijke coaches zijn vaak nauw betrokken bij de jeugdopleiding van een land. Een goed voorbeeld is Guus Hiddink, die in Rusland zorgde voor een betere doorstroming van Russisch voetbaltalent. Het resultaat mocht er zijn. De Russische talenten in de nationale competitie van Rusland werden zo goed, dat ze in de belangstelling kwamen te staan van Europese topclubs. Pavlyuchenko speelt vandaag de dag bij Tottenham Hotspur, Arsjavin speelt bij Arsenal en Pogrebnyak speelt bij VFB Stuttgart.

Andrei Arshavin. Bron: Sportlive.

Een goede jeugdopleiding is de basis voor een goed nationaal voetbalteam. In veel ’kleine voetballanden‘ ontbreekt deze basis, waardoor de resultaten op grote toernooien meestal tegenvallen, door een gebrek aan kwaliteit in de selectie. Een groot land als Rusland heeft genoeg voetbaltalent rondlopen, maar als het niet wordt opgemerkt door een slechte afstemming van de jeugdafdelingen, dan zal het nooit naar buiten komen. Uit deze dingen blijkt dat Hiddink zich heeft beziggehouden met de complete organisatie van het voetbal in Rusland, terwijl een coach bij een topteam zich slechts hoeft bezig te houden met een kleine groep spelers, waarmee hij naar een bepaald doel toewerkt.

Door: Erwin Meeks