Voor sportieve revanche is het nooit te laat

Sportieve revanche zien we in alle soorten en smaken. Graziano Pellè koos dit seizoen voor een licht gezoete terechtwijzing van de critici, die zowel in Nederland als in zijn geliefde Italië beweerden dat Pellè een eeuwig talent is met meer ambities in de modewereld. De Italiaan waar Feyenoord dit seizoen haar onverwachte succes vooral aan te danken heeft, trok geen lange neus naar de kenners. Zelfs niet nadat ze hem door de mislukte periode bij AZ op de hak namen als verdwaalde barbiepop op voetbalschoenen. Nee, Pellè geniet in stilte van zijn nieuwe status en plonst maar al te graag in het Rotterdamse warme bad dat voorlopig nog stadion De Kuip is.

En zo waren er dit seizoen al meer spelers die stilletjes aantoonden dat ze onder de juiste omstandigheden, bij de juiste club en met de juiste trainer hun bestaan als profvoetballer kunnen verdedigen. Voor de fans van Heerenveen was afgelopen zomer de aankoop Alfred Finnbogason nog een totaal onbekende. Met Marco van Basten werd een trainer aangesteld met internationale uitstraling, maar qua nieuw spelersmateriaal moesten de supporters het vooraf doen met de spelersbeschrijvingen uit de seizoengids: Nummer 11, Finnbogason, een Scandinavische spits die een korte succesperiode had gekend bij het Zweedse Helsingborgs en die natuurlijk geboren is in Fin…uh…IJsland. Leg dat maar eens uit aan een nuchtere Fries…

Alfred Finnbogason. Bron: UEFA.com

De grote Van Basten, inmiddels in Nederland al bekend onder bijnamen zoals het mythische San Marco tot het weinig vleiende Pannenkoek, had grote moeite om Heerenveen in de eerste seizoenshelft aan het voetballen te krijgen. Ondertussen schoof die onbekende Finnbogason dankzij zijn doelpuntenwoede geduldig op richting de status van de voormalig Heerenveen-topspitsen, zoals Ruud van Nistelrooy, Klaas-Jan Huntelaar, Afonso Alves en Bas Dost. Finnbogason scoort vrijwel altijd,  hoe deprimerend slecht het spel van zijn ploeggenoten soms ook mag zijn. De verdedigende organisatie was lang zoek bij de Friezen, waardoor de spits uit IJsland vooral goals maakte voor de categorieën ‘eretreffer’ en ‘aansluitingstreffer’.

Bij Sporting Lokeren grepen ze vertwijfeld naar hun hoofd. In een grijs verleden had de introverte aanvaller twee jaar rondgelopen bij de Belgische club, maar daarin kwam Finnbogason niet verder dan vier officiële doelpunten en een vaste stoel op zowel de bank als op de tribune. En het is niet de eerste keer dat een onopvallende spits uit de Belgische competitie op de Nederlandse velden plotseling topscoorder wordt. Dimitry Bulykin werd bij RSC Anderlecht niet serieus genomen. Hij moest zelfs de ondoorgrondelijke Argentijn Nicolás Frutos voor zich dulden: een spits die zo zacht was als een gesmolten Fruittella. Maar in de Eredivisie schoot Bulykin  ADO Den Haag bijna naar Europees voetbal.

De even geniale als blessure- en sfeergevoelige Frutos hield Bulykin uit de basis. Bron: Sudpresse.

De lijst van voorbeelden van spelers die in Nederland zoete wraak namen voor veronderstelde ingeslapen voetbalcarrière, kan nog veel verder worden aangevuld. Opmerkelijk genoeg gaat het meestal om aanvallers die hopeloos mislukten in de Belgische Jupiler Pro League, maar die in Nederland in één klap topscoorder konden worden. Werkpaard Björn Vleminckx van KV Mechelen evalueerde na zijn transfer naar NEC Nijmegen tot een raspaardje, met 23 doelpunten in het seizoen 2010-2011. En Sanharib Malki ging in België bij Germinal Beerschot en  (alweer) Lokeren kapot aan een curieus roulatiesysteem. Maar bij Roda JC is dit seizoen weer alle hoop gevestigd op zijn neusje voor de goal, om degradatie te ontlopen.

Het is te kort door de bocht om te stellen dat deze verschillen in prestaties worden veroorzaakt door het levensgrote verschil in de voetbalopvatting. Het is weliswaar zo dat de wonderploeg van Zulte Waregem straks zomaar Belgisch kampioen kan worden, dankzij de spits Mbaye Leye en aanvallende middenvelder Franck Berrier, die ieder aan een halve kans genoeg hebben om een doelpunt te maken. Dat is anders bij Finnbogason, Malki, Bulykin en de rest, die erg gebaat zijn bij de aanvallende speelstijl en opportunistische manier van verdedigen in de Eredivisie. Wie echter in België wil slagen als aanvaller, zal veel nauwkeuriger met zijn kansen moeten omspringen. De nadruk ligt daar op een gesloten verdediging en het voorkomen van tegendoelpunten: een wereld van verschil met het doelpuntencircus en foutenfestival dat iedere week aan de Nederlandse velden voorbij trekt.

Maar zoals ik al zei: om dit gegeven als de onomstreden oorzaak voor dit fenomeen aan te wijzen, is te kort door de bocht. Vaak hangt het gewoon af van de samenloop van omstandigheden. Wat heb ik bijvoorbeeld genoten van de herboren Joaquín op de rechterflank bij stuntploeg Málaga! Joaquín, aan het begin van deze eeuw een hoogst aantrekkelijke voetballer in samenspel met zijn oude Valencia-maatjes Vicente, Cañizares en David Albelda, zou zogenaamd teveel aan snelheid en explosiviteit hebben ingeboet om ooit nog te schitteren. Maar de ontketende Joaquín leek met een doelpunt in de wedstrijd Dortmund-Málaga zijn ploeg zelfs naar de halve finale van de Champions League te schieten, totdat op het eind de Duitse talentenploeg op miraculeuze wijze alsnog met een 3-2 zege aan de haal ging.

Joaquín in zijn tijd bij Valencia. Bron: UEFA.com

En datzelfde Borussia Dortmund walste in de eerste halve finale met 4-1 over Real Madrid heen, dankzij vier goals van Robert Lewandowski; nota bene ooit nog afgeschreven als spits bij Legia Warschau. Al die momenten van zoete wraak maken één ding duidelijk: het (voetbal-) leven draait soms om revanche nemen op jezelf én op je omgeving. Je moet het voor jezelf zo makkelijk mogelijk maken, zodat je ongedwongen je dromen kunt blijven najagen. Geplaagde ploegen zoals Real Madrid, FC Barcelona, PSV, Internazionale en Anderlecht mogen daar nog moed uit putten. Voor sportieve revanche is het nooit te laat!

Door: Erwin Meeks