Er is hoop voor de donderdagavond

Als er tot voor kort een politieagent voor je deur stond en je had een alibi nodig, dan was het nooit verstandig om ‘ik keek naar een Europa League-wedstrijd’ als verklaring te laten noteren. Grote kans dat je in een later stadium alsnog van je bed werd gelicht. Want een hele avond naar de Europa League kijken: nee, dat hield niemand vol. De potjes in de UEFA Cup, tot vier jaar geleden het zogeheten kleine broertje van de tot de verbeelding sprekende Champions League, waren altijd nog wel redelijk onderhoudend en boeiend om naar te kijken.  Verrassend bovendien, met autonome voetbalbolwerken die zich in de kijker speelden, zoals Sevilla, Middlesbrough en Zenit Sint-Petersburg.

Maar vanaf het moment dat de Europese voetbalbond UEFA onder leiding van hervormingsverslaafde Michel Platini de UEFA Cup omdoopte tot de Europa League, was voor mij persoonlijk de lol eraf. En de bijbehorende Intertoto-Cup, een complex achterdeur-toernooi waarmee wisselvallige traditieclubs alsnog Europees voetbal konden behalen, verdween zelfs helemaal van de voetbalkalender. Wat overbleef is één pot nat: de Europa League, een weinig aantrekkelijk internationaal voetbaltoernooi, waarin clubs die net niet goed genoeg zijn voor de Champions League hun toevlucht mogen zoeken.

Algauw bleek dat dat je uit deze troebele pot nat beter niet kan drinken. Er valt overigens ook niet veel te drinken, want de financiële vergoedingen in de nieuwe Europa League staan in schril contrast met de exorbitante beloningen waarmee in de Champions League gesmeten wordt. De clubs in het tweede voetbaltoernooi van Europa, waarvan sommige op aandoenlijke wijze hun stinkende best doen om indruk te maken, moeten heel wat wedstrijdjes winnen voordat ze ook maar in de buurt komen van de bedragen die op het hoogste voetbalpodium alleen al als startgeld worden uitgedeeld. En ook de sportieve perspectieven zijn troebel.

Gearriveerde topclubs die als derde eindigen in de groepsfase van de Champions League, mogen als troostprijs nog even in de Europa League een balletje komen trappen. Zo kan het voorkomen dat een sympathieke volksclub die met hartstochtelijke inzet de poulefase van de Europa League heeft overleefd, in de eerste knock-out-ronde een ongeïnspireerde voetbalreus treft, die haar seizoen niet zo heeft. Bovendien spelen deze topclubs met de veel prestigieuzere nationale competitie in het achterhoofd, waarin gepresteerd moet worden om voor het volgende seizoen een herkansing in de Champions League af te dwingen.

Het zou vooral een gevoelskwestie kunnen zijn, maar sinds de intrede van de Europa League als vervanger van de UEFA Cup, is het tweede voetbaltoernooi van het continent gedaald in aanzien. En het gevolg: het is niet om aan te zien. Voorheen nog strijdende clubs laten steeds vaker B-elftallen het verplichte nummertje afwerken, de motivatie is ver te zoeken en de tegengestelde belangen zorgen voor een vertwijfeld voetbalspel. Maar er lijkt licht aan het einde van de sombere tunnel! De afgelopen speelronden in de Europa League waren zowaar weer het kijken waard; het was vol te houden zonder tablet, smartphone of andere afleiding.

In de achtste finale maakten de kwalitatief gelijkwaardige ploegen Internazionale en Tottenham Hotspur er al een schouwspel van. Twee frontaal botsende voetbalstijlen, doorspekt met strijdlust, opofferingsgezindheid en eerzucht zorgden voor een enerverende Europa League-speelronde. En gisteren, op 2 mei 2013, gaven Benfica en Fenerbahçe de donderdagvond weer eens kleur, als voetbalavond waar je goed voor gaat zitten. Wie anders dan de altijd tot in zijn vezels geïnspireerde Dirk Kuyt probeerde zijn Turkse topclub naar de finale in Amsterdam te loodsen, terwijl de ras-voetballers van Benfica, waaronder de uitblinkende Cardozo en Matić, de halve finale aangrepen om hun voetbaltalenten nogmaals in de Europese etalage te zetten.

Bezorgde voetbalanalisten merkten al eens op dat het verstandig zou zijn om het speelschema van de Champions League en de Europa League om te ruilen. Dan zou er sprake zijn van een opbouwend effect, in tegenstelling tot de recente anticlimax qua voetbalniveau. Het topvoetbal op dinsdag en woensdag werd op donderdag telkens gevolgd door een partij beroerd hutsekluts-voetbal zonder veel bedoeling. Maar het lijkt sinds een paar maanden dus verstandiger om nog even te wachten met de zoveelste hervorming. De donderdagavond zou de voetbalavond voor de fijnproever kunnen worden, met ploegen die het moeten hebben van inzet en teamspirit. Clubs die met een eigenzinnige voetbalvisie succes nastreven in Europees verband, zonder dat daar een al te grote schuldenberg tegenover staat.

Er gloort voorlopig dus hoop voor de Europa League op de donderdagavond. Zeker als  de groepsfase is gepasseerd, en de blinkende beker eindelijk in zicht komt, kan het nog best leuk worden. De berg onveranderde nadelen die aan het evenement kleven, kan worden verbloemd door de ontplooiende talenten en stuntende clubs zoals FC Basel. Zij laten zien dat ondanks alle UEFA-hervormingen, het spel blijft draaien om één ding: de gunst van het publiek. Zolang het voetbal op het veld vermakelijk is, is de Europa League de moeite waard. En dan wordt er ook over geschreven; een hele column lang zelfs. En viel het u ook op, dat Barça, Real, Bayern of Dortmund er niet één keer in voorkwam?

Door: Erwin Meeks