Ajax, de beste van het land

En op het einde…wint Ajax. Laat Gary Lineker zijn mond houden over die Duitsers die het elf tegen elf voetbalspelletje na negentig minuten altijd winnen. Ja, in de Champions League is het weer zover. Ze maken het bont, onze Oosterburen. Zelfs theoretisch gezien staat het dit keer vast dat een ploeg uit Duitsland de belangrijkste Europese voetbalbeker wint. De vraag is alleen nog of de kampioen uit München of uit Dortmund komt. Heel even leek Malaga te kunnen tornen aan de aloude voetbalwet, maar zelfs een 1-2 voorsprong in de 90ste minuut op bezoek bij Borussia Dortmund bood geen garanties. En Ajax begint diezelfde Duitse trekjes te vertonen…

Twee Eredivisie-seizoenen op rij jezelf terug knokken naar de landstitel vanuit een schier kansloze uitgangspositie, is tot daaraan toe. Maar om nu drie keer na elkaar dit kunstje te flikken, wekt het vermoeden dat ze het er in Amsterdam gewoon om doen. Het dient gezegd te worden dat deze jaargang de inhaalslag en de eindsprint iets minder spectaculair en onverwacht waren, maar zeker niet minder noodzakelijk. Tien gelijke spelen en twee keer verlies tegen concurrent Vitesse, maakten een nieuw landskampioen niet vanzelfsprekend. De eindspurt werd echter opnieuw op het juiste moment ingezet, en op het einde…won Ajax.

Dankzij de 5-0 winst op Willem II (dat degradeert) is Ajax voor de derde keer op rij en voor de 32ste keer in de historie kampioen van Nederland geworden. Hulde voor de Amsterdammers, en met name voor trainer Frank de Boer. Drie landstitels vieren in amper tweeëneenhalf jaar hoofdtrainerschap: nee, dan lever je bepaald geen half werk. Zeker niet gezien het spelersmateriaal waarover de ambitieuze oefenmeester dit seizoen de beschikking heeft. Het was geen toeval dat de meeste kenners om die reden vooraf PSV als kampioen voorspelden.

In Eindhoven mochten ze de internationaal gelouterde verloren zoon Mark van Bommel verwelkomen, terwijl ze al in het bezit waren van de ‘nieuwe Van Bommel’: Kevin Strootman. Met op de vleugels Luciano Narsingh, Dries Mertens en Jeremain Lens kreeg succescoach Dick Advocaat de keuze uit topspelers, en Ola Toivonen, Georginio Wijnaldum en Tim Matavz stonden garant voor de nodige creativiteit en doelpunten. En met Wilfred Bouma, Erik Pieters en Jetro Willems achterin, liep daar een voormalig, huidig en toekomstig Nederlands elftal-speler. Al met al klonk dat lekker compleet…

Althans, veel completer dan bij de andere kampioenskandidaten. Feyenoord ontbrak het aan een opvolger voor blikvanger John Guidetti. Uiteindelijk werd aanvaller Graziano Pellè op de bonnefooi van het strand geplukt. De Rotterdamse hoop dat het vertrek van dragende spelers zoals Ron Vlaar en Karim El Ahmadi kon worden opgevangen met eigen jeugd en breedte-aankopen, leek tegen beter weten in. In Enschede dacht men wel serieus dat de aanwezigheid van Leroy Fer, Nacer Chadli, Douglas en Dusan Tadic van FC Twente een titelpretendent zou maken. Het resultaat: Feyenoord verbaasde vriend en vijand en mocht dromen van een feest op de Coolsingel; voor FC Twente leek de tweede seizoenshelft te bestaan uit drijfzand.

Vitesse deed tot slot eerder van zich spreken dan menigeen had verwacht. De doorbraak van de in positieve zin beestachtige spits Wilfried Bony bleek genoeg om al een erkende gooi te doen naar de schaal. Hoewel vaak onderbelicht, vind ik dat het hele elftal van de club van de steenrijke eigenaar Merab Jordania haar geld heeft opgebracht. Met Renato Ibarra op rechts als hogesnelheidstrein en Gaël Kakuta op links als stoptrein met veel technische snufjes, waren de zijkanten goed bezet. Tel daar de toegevoegde waarde van Marco van Ginkel, Theo Janssen en Patrick van Aanholt bij op, en kampioenskandidaat nummer vijf staat op papier.

https://i2.wp.com/www3.pictures.zimbio.com/gi/Gael+Kakuta+Vitesse+Arnhem+v+AZ+Alkmaar+Eredivisie+l7fHqzKUJ94l.jpg?resize=475%2C317

Bron: Zimbio.com

Maar zoals gezegd: de kampioenskandidaten uit Eindhoven, Rotterdam, Enschede en Arnhem op papier, werden op het veld afgetroefd door Ajax. Met ‘Roadrunner’ Marc Overmars in de bestuurskamer als directeur van de voetbaltechnische zaken, sprintte Ajax ook op de ranglijst al die vermeende concurrenten voorbij. Zoals Johan Cruijff al liet optekenen in gesprek met Voetbal International: “Bij Ajax zitten we momenteel in een speedboot”. Maar de vraag is: hoeveel is dat speedbootje waard? Aan het roer wil iedereen dezelfde kant op varen: sinds de bestuurlijke revolutie met Cruijff is er een enclave van kundige Ajacieden op de vitale posities neergezet, waarmee het jeugdbeleid en de Ajax-visie gewaarborgd zijn.

Verder zijn er weinig uitblinkers aan boord. Christian Eriksen, Victor Fischer en Siem de Jong zijn talentvol, maar hebben bij lange na niet het potentieel van Zlatan Ibrahimović, Wesley Sneijder, Rafael van der Vaart, Luis Suárez of Klaas-Jan Huntelaar. Dit zijn spelers van een hoger kaliber, waar Ajax er tot voor kort altijd wel één of twee van onder contract had staan. Niklas Moisander en Toby Alderweireld zijn meevoetballende verdedigers, maar zelfs bij Arsenal, predikant van de mooie oplossing, weten ze nu dat je daarmee de oorlog internationaal niet wint. Oud-Ajacied Thomas Vermaelen slaagde tot nu toe niet bij Arsenal.

Met name het collectief, waarin een keur aan jonge talenten inpasbaar zijn, heeft van Ajax verdiend weer de beste club van het land gemaakt. En dankzij dat uitstekende collectief, was het wéér mogelijk om in de cruciale fase een constante reeks wedstrijden neer te zetten. Als brave schooljongens; alle neuzen dezelfde kant op en nooit verzaken. Maar het gemis van een recalcitrante vedette zoals een Suárez of Ibrahimović, zal Ajax op internationaal niveau en op de transfermarkt gaan opbreken. Een speedboot die alleen durft te varen op stille wateren zonder stroom tegen (zowel qua bestuur als qua spelersgroep), bereikt nooit de grote havens.

Door: Erwin Meeks